Ga naar hoofdinhoud
SiteProof

WCAG 2.1 Richtlijnen

Alle WCAG 2.1 succescriteria tot en met niveau AA uitgelegd in begrijpelijk Nederlands. Dit zijn de criteria die de European Accessibility Act vereist.

Conformiteitsniveaus

Niveau A

Niveau A — Basis

Het minimale niveau van toegankelijkheid. Zonder niveau A is een website voor veel gebruikers met een beperking onbruikbaar.

Niveau AA

Niveau AA — Standaard (EAA-vereiste)

Het niveau dat de EAA vereist. Omvat niveau A plus aanvullende criteria voor contrast, navigatie en invoerhulp.

Niveau AAA

Niveau AAA — Uitgebreid

Het hoogste niveau. Niet vereist door de EAA, maar aanbevolen waar mogelijk. SiteProof zelf streeft naar AAA.

Alle succescriteria

WCAG 2.1 is opgebouwd rond 4 principes, 13 richtlijnen en 50 succescriteria op niveau A en AA.

1. Waarneembaar

Informatie moet presenteerbaar zijn voor alle gebruikers

1.1 Tekstalternatieven

Bied tekstalternatieven voor alle niet-tekstuele content.

  • 1.1.1 Niet-tekstuele contentA

    Alle afbeeldingen, iconen en visuele elementen hebben een tekstalternatief (alt-tekst) dat hetzelfde doel dient.

1.2 Op tijd gebaseerde media

Bied alternatieven voor op tijd gebaseerde media.

  • 1.2.1 Alleen audio en alleen videoA

    Bied een transcript of alternatief voor audio- en video-only content.

  • 1.2.2 OndertitelingA

    Alle vooraf opgenomen video's hebben ondertiteling.

  • 1.2.3 AudiodescriptieA

    Bied audiodescriptie of een tekstalternatief voor video.

  • 1.2.5 Audiodescriptie (vooraf opgenomen)AA

    Bied audiodescriptie voor alle vooraf opgenomen video-content.

1.3 Aanpasbaar

Maak content zo dat deze op verschillende manieren gepresenteerd kan worden.

  • 1.3.1 Info en relatiesA

    Informatie en relaties die visueel worden overgebracht zijn ook programmatisch beschikbaar (bijv. correcte HTML-structuur).

  • 1.3.2 Betekenisvolle volgordeA

    De leesvolgorde van de content is logisch en programmatisch bepaalbaar.

  • 1.3.3 Zintuiglijke eigenschappenA

    Instructies zijn niet alleen afhankelijk van zintuiglijke eigenschappen zoals vorm, kleur of positie.

  • 1.3.4 OriëntatieAA

    Content is niet beperkt tot één schermoriëntatie (landscape of portrait).

  • 1.3.5 Identificeer invoerdoelAA

    Formuliervelden die persoonlijke informatie verzamelen hebben een autocomplete-attribuut.

1.4 Onderscheidbaar

Maak het makkelijker voor gebruikers om content te zien en te horen.

  • 1.4.1 Gebruik van kleurA

    Kleur wordt niet als enige visuele manier gebruikt om informatie over te brengen.

  • 1.4.2 GeluidsbedieningA

    Als audio automatisch afspeelt, kan de gebruiker het pauzeren, stoppen of het volume aanpassen.

  • 1.4.3 Contrast (minimum)AA

    Tekst heeft een contrastverhouding van minimaal 4.5:1 (3:1 voor grote tekst).

  • 1.4.4 Herschalen van tekstAA

    Tekst kan zonder hulptechnologie tot 200% worden vergroot zonder verlies van content of functionaliteit.

  • 1.4.5 Afbeeldingen van tekstAA

    Gebruik echte tekst in plaats van afbeeldingen van tekst waar mogelijk.

  • 1.4.10 ReflowAA

    Content past zich aan bij 320px breedte zonder horizontaal scrollen.

  • 1.4.11 Contrast niet-tekstueelAA

    Interface-componenten en grafische objecten hebben een contrastverhouding van minimaal 3:1.

  • 1.4.12 TekstafstandAA

    Content blijft leesbaar als gebruikers de regelafstand, woordafstand en letterafstand aanpassen.

  • 1.4.13 Content bij hover of focusAA

    Extra content die verschijnt bij hover of focus kan gesloten worden en verdwijnt niet onverwacht.

2. Bedienbaar

Interface-componenten en navigatie moeten bedienbaar zijn

2.1 Toetsenbord

Alle functionaliteit is bereikbaar via het toetsenbord.

  • 2.1.1 ToetsenbordA

    Alle functionaliteit is bereikbaar via het toetsenbord, zonder specifieke timing vereisten.

  • 2.1.2 Geen toetsenbordfuikA

    Toetsenbordfocus kan altijd weg bewogen worden van een component.

  • 2.1.4 SneltoetsenA

    Als er sneltoetsen van één karakter zijn, kunnen deze uitgeschakeld of opnieuw toegewezen worden.

2.4 Navigeerbaar

Help gebruikers navigeren en content vinden.

  • 2.4.1 Blokken omzeilenA

    Bied een mechanisme om herhalende blokken content over te slaan (bijv. skip-links).

  • 2.4.2 PaginatitelA

    Elke pagina heeft een beschrijvende titel.

  • 2.4.3 FocusvolgordeA

    Interactieve elementen krijgen focus in een logische volgorde.

  • 2.4.4 Linkdoel (in context)A

    Het doel van elke link is duidelijk uit de linktekst of de context.

  • 2.4.5 Meerdere manierenAA

    Er zijn meerdere manieren om een pagina te vinden (bijv. menu + zoekfunctie + sitemap).

  • 2.4.6 Koppen en labelsAA

    Koppen en labels beschrijven het onderwerp of doel.

  • 2.4.7 Focus zichtbaarAA

    De toetsenbordfocus is altijd visueel zichtbaar.

2.5 Invoermodaliteiten

Maak functionaliteit bruikbaar met verschillende invoermethoden.

  • 2.5.1 AanwijzergebarenA

    Functionaliteit die meerpunts-gebaren gebruikt, is ook beschikbaar met een eenvoudige aanwijzer.

  • 2.5.2 AanwijzerannuleringA

    Functionaliteit die met een aanwijzer wordt bediend, kan geannuleerd worden.

  • 2.5.3 Label in naamA

    De zichtbare tekst van een component is onderdeel van de toegankelijke naam.

  • 2.5.4 BewegingsactiveringA

    Functionaliteit die door apparaatbeweging wordt geactiveerd, kan ook via interface-elementen bediend worden.

3. Begrijpelijk

Informatie en bediening moeten begrijpelijk zijn

3.1 Leesbaar

Maak tekst leesbaar en begrijpelijk.

  • 3.1.1 Taal van de paginaA

    De taal van de pagina is programmatisch vastgesteld (bijv. lang="nl").

  • 3.1.2 Taal van onderdelenAA

    De taal van passages in een andere taal is programmatisch vastgesteld.

3.2 Voorspelbaar

Webpagina's verschijnen en werken op een voorspelbare manier.

  • 3.2.1 Bij focusA

    Het ontvangen van focus leidt niet tot onverwachte contextwisselingen.

  • 3.2.2 Bij invoerA

    Het wijzigen van een instelling leidt niet tot onverwachte contextwisselingen, tenzij de gebruiker van tevoren geïnformeerd is.

  • 3.2.3 Consistente navigatieAA

    Navigatiemechanismen verschijnen in dezelfde volgorde op meerdere pagina's.

  • 3.2.4 Consistente identificatieAA

    Componenten met dezelfde functionaliteit worden consistent geïdentificeerd.

3.3 Hulp bij invoer

Help gebruikers fouten te voorkomen en te corrigeren.

  • 3.3.1 FoutidentificatieA

    Invoerfouten worden automatisch gedetecteerd en beschreven aan de gebruiker in tekst.

  • 3.3.2 Labels of instructiesA

    Labels of instructies worden geboden wanneer content invoer van de gebruiker vereist.

  • 3.3.3 FoutsuggestieAA

    Als een invoerfout automatisch wordt gedetecteerd, worden suggesties geboden om de fout te corrigeren.

  • 3.3.4 Foutpreventie (juridisch, financieel)AA

    Bij pagina's met juridische of financiële gevolgen kunnen acties ongedaan gemaakt, gecontroleerd of bevestigd worden.

4. Robuust

Content moet betrouwbaar interpreteerbaar zijn door hulptechnologieën

4.1 Compatibel

Maximaliseer compatibiliteit met huidige en toekomstige hulptechnologieën.

  • 4.1.2 Naam, rol, waardeA

    Alle interface-componenten hebben een naam en rol die programmatisch vastgesteld kunnen worden. Staten en waarden zijn instelbaar.

  • 4.1.3 StatusberichtenAA

    Statusberichten (zoals succesboodschappen) worden programmatisch aangeboden aan hulptechnologieën zonder dat ze de focus krijgen.

Test je website op WCAG 2.1 AA

Onze scanner controleert automatisch op alle bovenstaande criteria en geeft concrete verbeterpunten — in begrijpelijk Nederlands.